donderdag 31 mei 2012

Kindermishandeling gevolg van commercie?


Er is al eerder over geschreven, maar het blijkt toch dat het probleem meer uitwassen kent dan je soms denkt. In Nederland kan kindermishandeling het gevolg zijn van onvoldoende weerbaarheid tegen de commercie. En als de marktwerking in de gezondheidszorg doorschiet kan het van kwaad tot erger gaan. Kinderen worden in Nederland onvoldoende beschermd tegen reclameaanbiedingen en frisdrank. Ouders geven hun kind sportdranken, “omdat die zo gezond zouden zijn, want sporters drinken dat ook.” Of ze hebben geen bezwaar tegen de energydrinks met cafeïne en veel suiker, “want er zitten zoveel vitamines in en groente vinden ze niet lekker.” En kinderen nemen het gewoon aan, terwijl er in een eerder bericht is gemeld dat kinderen wel voedingskennis hebben.

Voedingskennis en gedrag
Weten dat iets goed is is nog niet hetzelfde als “het gewenste gedrag vertonen.” Het overbrengen van kennis is niet hetzelfde als het bewerken van gedragsverandering. Daarvoor is ook bewustwording nodig dat er iets in het huidige handelen moet worden gewijzigd. Met kennisoverdracht wordt duidelijk gemaakt wat er moet veranderen, maar de verandering wordt pas in gang gezet als de persoon zelf overtuigd en gemotiveerd is om dat te doen. Voor de gedragsverandering kan het aanleren van nieuwe vaardigheden nodig zijn, zoals het omgaan met verleidingen en moeilijke (stressvolle) situaties. Een belangrijke verleider is de reclame.

Gedragsbeïnvloeding via reclame
In de reclame wordt niet een product aangeprezen, maar een belevenis of een fijn gevoel. Er wordt gehandeld in emotie. Zelfs in de reclame gericht op kinderen wordt hiermee gewerkt. Bij de reguliere en enkele commerciële zenders in Nederland wordt erop toegezien door de reclamecodecommissie dat er geen snoepreclames worden uitgezonden die zich specifiek op kinderen richten.
Maar jonge kinderen kijken graag naar zenders als Jetix, Nickelodeon en Z@ppelin.
Her is nog maar zeven jaar geleden dat kinderen ook op de reguliere zenders werd verteld dat ze van een zoet melktoetje van een gerenommeerd merk erg sterk werden. De huidige reclame van dit product gaat over een grotere portie zoals dit ook bij een bekende snackketen gebeurt, maar die kan worden gedeeld. Het zal duidelijk zijn dat een kind niet extreem sterk wordt van dit product, maar dat het veel suiker binnenkrijgt. En dat heet misleiding. Oftewel het is één van de:

Zoete leugens
Van sommige producten wordt gesuggereerd dat ze gezond zijn voor kinderen, zoals sportdranken, koekjes die speciaal voor kinderen zijn ontwikkeld en vetvrije snoepjes. Tegenover elke euro die in Nederland aan preventie wordt besteed worden minstens 3 euro uitgegeven aan reclame.
Minister Schippers zet in op het vergroten van weerbaarheid en op het aanstellen van beweegcoaches in de buurt. Met zo’n beleid wordt het eigen-schuld-dikke-bult-principe versterkt. Die dikke bult komt dan heel letterlijk, namelijk het kind ontwikkelt overgewicht. Als er niets aan gedaan wordt loopt dit uit de hand en zijn grote ingrepen nodig om het tij te keren, zoals het plaatsen van een maagband.

Maagbandjes bij kinderen
In het Academisch ziekenhuis van Maastricht loopt een onderzoek bij obese kinderen die al allerlei pogingen gedaan hebben om af te vallen. In deze studie worden de resultaten van het plaatsen van een maagband vergeleken met die van een intensieve begeleiding om gewicht te verliezen. Deze vorm van bariatrische chirurgie bij kinderen is omstreden. Uit een literatuursearch blijkt dat er nog geen gegevens voorhanden zijn over de langtermijngevolgen van deze ingreep bij kinderen. Wel is bekend dat er zowel voor als na die tijd kans is op tekorten aan voedingsstoffen. Al met al is dit dus geen optimale behandeling om de goede onderdelen van de huidige aanpak te behouden en te versterken en uit te breiden met beter werkzame alternatieven.

Hoe dan wel
Het is terecht dat de ouders zelf ook verantwoordelijk zijn voor hun kinderen, maar een betere bescherming op internationaal gebied (lees: Toezicht en Europese norm voor reclame gericht op kinderen) is nodig. Een programma als “Help mijn kind is te dik” laat misschien wel extremen zien, maar het houdt menig ouder wel een spiegel voor.
Het promoten van bewegen op school en thuis is belangrijk. Het gezamenlijk genieten van gezonde voeding dient te worden gestimuleerd bij ouders en kinderen. Als er onvoldoende wordt ingezet op multidisciplinaire leefstijlinterventies voor deze doelgroepen zal de obesitasepidemie verergeren en de zorgkosten zullen (blijven) stijgen. Dat is prima voor de marktwerking, maar slecht voor het individu. Oftewel het kind wordt kind van de rekening.

woensdag 23 mei 2012

Dorstig weer en drinkadvies duursport


Alsof ’ie nooit zou komen: de zomer. De hardloopschoenen worden uit de kast gehaald en de (race)fiets wordt weer gebruikt. Het is heerlijk om in te sporten als de zon schijnt. Er is nog meer plezier aan het bewegen te beleven en je prestaties te verbeteren en de kans op blessures te verkleinen door voldoende te drinken. Hoeveel vocht is er dan nodig? Wat voor soort sportdrank is dan wenselijk? Waarom is vocht van belang om blessures tegen te gaan? En hoe zit het met maagdarmklachten tijdens het lopen of fietsen?

Drinken en blessures
Wie onvoldoende drinkt loopt kans op uitdroging. Dit kan gepaard gaan met klachten als kramp, duizeligheid, flauwvallen, hoofdpijn, verminderde alertheid en op den duur zelfs gebrek aan coördinatie, waardoor het risico op verstappen en andere ongelukken toeneemt. Kijk maar eens naar de finish van de Zwitserse marathonloopster Gaby Anderson tijdens de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles.
Uitdroging is te voorkomen door voldoende te drinken voor, tijdens en na het sporten. Dit is vooral belangrijk bij duursporters.

Richtlijnen voor de hoeveelheid vocht
2 tot 3 uur voor de inspanning is het raadzaam om 500-700 ml vocht (= 2 tot 3 longdrinkglazen) te drinken. 10 tot 15 minuten voor de training is het verstandig om 200 tot 350 ml (= 1 tot 1¾ longdrinkglazen) vocht te gebruiken. Tijdens de inspanning is het advies om 150 ml tot 250 ml ( 1 bekertje tot 1¾ bekertje) per kwartier te drinken.
Bij warm weer verlies je meer vocht en is het nodig om meer te drinken dan de hierboven gegeven adviezen. Bij een lage luchtvochtigheid of veel wind treedt er ongemerkt veel vochtverlies op. Als je pas gaat drinken als je dorst hebt, ben je te laat. De vochtbehoefte kan per persoon sterk verschillen. Daarom is het belangrijk om van te voren goed te bepalen wat voor jou een ideale hoeveelheid drinken en een ideale (lekkere) sportdrank is om het drinken goed vol te houden.

Hoe weet je of je voldoende hebt gedronken?
Je kunt je vochtbehoefte bepalen door je voor en na de training te wegen en bij te houden wat je drinkt. Het gewichtsverschil moet dan met 1½ worden vermenigvuldigd om de het vochtverlies aan te vullen. Er moet meer vocht worden gebruikt dan het gewichtsverlies, omdat je na de training ook vocht verliest door het uitzweten en urine.
Ook kun je aan de kleur van de urine een inschatting maken of je voldoende drinkt. Bij een donkere urine ben je aan het uitdrogen. Bij een lichte kleur urine zit je goed. Op de factsheet over hydratie op deze pagina is meer te vinden over de juiste kleur van de urine.
De soort en timing van de sportdrank is ook van belang.

Welke sportdrank?
Bij inspanningen langer dan een uur is het doorgaans raadzaam om isotone sportdranken te gebruiken. Dit type sportdrank heeft een concentratie van zouten en glucose die gelijk is aan die van het bloed, zodat het lichaam ze sneller op kan nemen. Isotone sportdranken bevatten tussen de 4 en 8 g koolhydraten (suikers) per 100 ml.
Dranken met minder dan 4 g koolhydraten per 100 ml, bijvoorbeeld water, zijn hypotoon. Dranken met meer dan 8 g koolhydraten per 100 ml zijn hypertoon, zoals frisdranken.
Na en grote inspanning is het raadzaam om een hersteldrank met eiwitten en koolhydraten te nemen voor het herstel van het spierweefsel en de brandstofvoorraad in de spieren. Het advies lijkt gemakkelijk, maar maagdarmklachten tijdens het sporten kunnen het lastig maken.

Maagdarmklachten en drinken
Lopers melden het vaakst maagdarmklachten tijdens het sporten, doordat het spijsverteringskanaal schokken moet opvangen tijdens het lopen. Daarnaast is er tijdens de inspanning een verminderde doorbloeding van het maagdarmkanaal, omdat het bloed dan naar de spieren gaat.
De klachten kunnen worden voorkomen door met grote slokken te drinken, zodat het vocht sneller door het maagdarmkanaal opgenomen. Dit kan tijdens de trainingen worden aangeleerd. Ook het maagdarmkanaal wordt hier dan in getraind. Kies voor een lekkere sportdrank, zodat je het drinken goed volhoudt.
Al met al veel informatie over drinken, daarom even een kort overzicht.

De tips op een rijtje
1. 2-3 uur voor de training 500-700 ml (2-3 longdrinkglazen) hypo-of isotone drank.
2. 10-15 minuten voor de inspanning 200-350 ml (1-1¾ longdrinkglas) hypotone drank.
3. Tijdens de inspanning 150-250 ml (1-1¾ bekertje) per 15 minuten isotone sportdrank.
4. Neem grote slokken om de kans op maagdarmproblemen te verkleinen.
5. Train het drinken tijdens wedstrijden al in de trainingssessies.
6. Vermijd koolzuurhoudende dranken om maagdarmproblemen te voorkomen.
7. Neem na de inspanning 1½ keer zoveel vocht als het gewichtsverlies tijdens de inspanning.
8. Kies voor sportdranken die je lekker vindt, zodat je het drinken goed volhoudt.
9. Je kunt aan de kleur van je urine zien hoe het met je vochthuishouding is gesteld.
10. Pas bovenstaande adviezen  aan op je eigen (vocht)behoefte en de weersomstandigheden.

En mocht je nieuwsgierig zijn wat wielrenners tijdens een touretappe eten en drinken, kijk dan eens naar dit filmpje.

donderdag 10 mei 2012

Antidieetdagen voor jeugd als obesitaspreventie


Op 6 mei werd de antidieet-dag gehouden. Deze dag is bedoeld om de mensen die overlijden door het lijnen te herdenken. De antidieet-dag lijkt in strijd met de wens tot obesitaspreventie, maar is het niet. Het is namelijk heel goed mogelijk om overgewicht te voorkomen door geen dieet te volgen, maar in te zetten op een gezonde leefstijl. Omdat overgewicht in Nederland toeneemt is het zinvol om in te grijpen, zodat economisch verlies kan worden voorkomen.

Obesitas en economie
Obesitas kan aanleiding geven tot diverse gezondheidsklachten, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten, psychische klachten en ook bepaalde vormen van kanker komen vaker voor bij obese mensen. Ook blijken mensen die te zwaar zijn minder “in trek” bij potentiële werkgevers. Er zijn zelfs organisaties die mensen willen ontslaan als ze vaker verzuimen door ziekten die het gevolg zijn van overgewicht. Bedrijven lijken meer te willen investeren in preventie om het ziekteverzuim terug te dringen, zodat hun productie zo optimaal wordt/blijft. Vanuit een economisch perspectief is preventie van overgewicht dus zinvol. En daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Wat doen we in Nederland?
In Nederland lopen al een paar jaar projecten als Schoolgruiten, De gezonde schoolkantine en De gezonde sportkantine, maar deze projecten zijn in Nederland nog op veel te weinig plaatsen ingebed, terwijl ze wel effectief kunnen zijn.
In veel scholen zijn wel frisdrank- en snoepautomaten te vinden, maar (mineraal)water, koffie of thee ontbreekt. Bovendien is de frietverkoper in veel gevallen nog altijd dichtbij schoolpleinen te vinden. En wat te denken van de bussen van Connexxion? Er wordt nog altijd meer geld aan reclame voor ongezonde producten uitgegeven dan aan preventie.

Het resultaat
Uit de periodieke peiling van CITO in 2010 bleek dat kinderen in de hoogste klassen van de basisschool te weinig weten van gezonde voeding. Recent onderzoek onder kinderen leert dat 22% van de kinderen van 10 tot en met 12 jaar in Nederland last heeft van overgewicht en 6% is zelfs obees. Uit deze studie blijkt ook dat deze kinderen gemiddeld 630 ml (net iets meer dan 3 glazen) frisdrank per dag drinken, oftewel ze krijgen al gauw meer dan 300 kCal per dag extra binnen. Dat leidt tot overgewicht. Wie als kind al te zwaar is zal als volwassene vaker moeite hebben met het handhaven van een gezond gewicht. Daarom is het raadzaam om preventieve activiteiten in te zetten op jeugd, maar lijngedrag dient te worden voorkomen.
In de Verenigde Staten weet men al langer dat de kosten overgewicht toenemen als de overheid de verantwoordelijkheid neerlegt bij de industrie en de burgers. 2/3 van de Amerikanen kampt namelijk met overgewicht. Nederland kan hier wat van leren door kennis te nemen van deze expertise die leidde tot aan aantal adviezen.

Zet in op gezonde leefstijl 
Het Institute of Medicine bracht op 8 mei 2012 het rapport “Accelerate Progress in Obesity Prevention” uit. De aanbevelingen uit dit rapport zijn gemakkelijk te vertalen naar onze situatie. Het levert de volgende actiepunten op:
1. Richt de woonwijken in met speelplaatsen en veilige fiets- en looppaden en sportvoorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn.
2. Zorg voor voldoende aanbod van gezonde producten, zoals groente en fruit, en dranken, zoals (mineraal)water, koffie en thee en zet deze meer ‘in het zicht’ dan de ongezonde varianten in de winkels, school- en sportkantines.
3. Laat zien dat bewegen leuk is en gezond eten ook lekker is en niet saai of smakeloos. Hiervoor kunnen rolmodellen ingezet worden die de jeugd (en hun ouders) aanspreken, zoals een soapsterretje of een aansprekende sporter.
4. Beperk reclames voor ongezonde voeding voor kinderen.
5. Maak gezonde leefstijl een onderdeel van alle schoolprogramma’s door sportlessen en lessen over gezonde voeding, het lezen van etiketten en het bereiden van maaltijden.
6. Pas bestaande effectieve interventies aan op de verschillende doelgroepen door ze er zelf bij te betrekken bijvoorbeeld door intervention mapping.
7. Voorkom lijngedrag door te laten zien en proeven dat overgewicht voorkomen kan worden door een gezonde leefstijl.

Geef kinderen antidieet-dagen
Zo kun je van elke dag een leuke actieve antidieet-dag maken waarbij iedereen, dus volwassenen en kinderen, op een creatieve manier verleid wordt tot een gezonde leefstijl. Er zijn voldoende mensen beschikbaar om deze interventies is voldoende beschikbaar. Hiermee kunnen we nieuwe dieetdoden voorkomen en economisch verlies en verminderd welzijn door overgewicht verminderen.

woensdag 2 mei 2012

Nederlandse jeugd kan zich verbeteren met gezond leven


Vorige week werden we nog geattendeerd op de toename van het aantal jongeren die met een alcoholcoma werden opgenomen in de Nederlandse ziekenhuizen. Maar op 2 mei meldden de kranten dat de Nederlandse jeugd minder drinkt en dat ze het in vergelijking met andere Europese landen goed doet. Met zulke tegenstrijdige berichten is het niet vreemd dat de consument het spoor bijster raakt. Wat is er onderzocht, hoe is het onderzoek uitgevoerd, wat zijn de conclusies en hoe verhoudt het zich met de toename van het aantal ziekenhuisopnames van jongeren met een alcoholintoxicatie?

Alcoholgebruik onder Nederlandse Jongeren
Uit onderzoek van de World Health Organisation (WHO) blijkt dat van de Nederlandse jongeren van 11, 13 en 15 jaar respectievelijk 1, 4 en 22% wekelijk alcohol gebruikt. Van de 15-jarigen is 6% voor hun 14e verjaardag al eens dronken geweest. Van de 11-jarigen is 1% al 2 keer of vaker dronken geweest Bij de 13 en 15-jarigen is dat 3 en 18%. In verhouding met de andere deelnemende landen scoren de Nederlandse jongeren goed, maar in dit onderzoek is niet gevraagd of ze ooit een alcoholcoma hebben meegemaakt.
De meldingen van de alcoholvergiftigingen worden verzameld op de eerste hulpafdelingen in ziekenhuizen. Het betreft hier dus een ander soort onderzoek dan de melding van vorige week.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?
De WHO heeft in verschillende landen gegevens verzameld van jongeren van 11, 13 en 15 jaar oud. In Nederland zijn van december 2009 tot juni 2010 1500 jongeren benaderd. De jongeren moesten vragen beantwoorden over het contact met ouders en vrienden, hoe ze hun eigen gezondheid ervaren, gebruik social media, voedingsgewoonten, lichamelijke activiteit, gebruik van tabak, alcohol en drugs, lichamelijke activiteit, psychisch welbevinden, pesten en gepest worden en de sociaal economische status. In het onderzoek is er sprake van zelfrapportage waarbij sociaal wenselijke antwoorden niet zijn uitgesloten. Bovendien kan er sprake zijn van kennismeting, in plaats van een complete effectmeting van interventies.

Gezonde leefstijl
Uit deze studie blijkt echter dat Nederlandse jongeren vaker ontbijten, maar ze doen ook vaker aan de lijn en ze drinken meer frisdrank. Ze sporten wel meer, maar kijken vaker en langer naar de televisie dan gemiddeld. Jongeren roken minder en ze gebruiken ook gemiddeld minder vaak cannabis dan hun leeftijdsgenoten in de andere deelnemende landen.
Dat kan erop duiden dat Nederlandse jongeren gezonder leven, maar ook dat ze meer weten over gezond leven, omdat sociaal wenselijke antwoorden niet zijn uitgesloten.

Wat is het doel van dit onderzoek?
De World Health Organisation (WHO) wil dat de toename van obesitas wordt geremd en dat er minder jongeren een psychische ziekte zoals een depressie ontwikkelen. Ook willen ze uitzoeken hoe gezondheidsverschillen die oorzaak kunnen zijn van obesitas en psychische ziekten verkleind kunnen worden. Tijdens de adolescentiefase kunnen gezondheidsverschillen verergeren en blijvende gevolgen hebben tijdens de volwassenheid. De resultaten van deze studie worden ook gebruikt om het effect is van uitgevoerde en lopende interventies te meten en te bepalen wat er in de toekomst nodig is om gezondheidsverschillen tussen jongeren van de verschillende landen te verkleinen.

Onderzoek is niet mondiaal
Sinds 1983 wordt er een keer per vijf jaar aan een representatieve groep jongeren van elk deelnemend land een vragenlijst voorgelegd over de ervaren gezondheid en het welzijn. Hieraan wordt meegewerkt door alle Ministeries van Volksgezondheid en verschillende gezondheidsorganisaties van deze landen.
Bij de opsomming van de 39 deelnemende landen valt op dat vrijwel alle Europese landen, Canada en de verenigde Staten van Amerika meedoen. In totaal zijn er 200.000 jongeren benaderd, maar er zijn geen jongeren uit Afrika, Australië, Azië en Zuid-Amerika benaderd. Daarom kan dit onderzoek zich niet presenteren als mondiaal.

Conclusies
Combinatie van de meldingen van de eerste hulp-poli’s en dit onderzoek leert dat voorkomen moet worden dat jongeren vroeg beginnen met drinken.
Op het gebied van beweging is winst te behalen door meer aantrekkelijk beweegaanbod om het tv kijken te ontmoedigen.
Lijnen voor jongeren kan leiden tot obesitas, doordat er vaak verkeerde (lees: crash)diëten worden gebruikt, maar ook het gevaar van stimulantiagebruik ligt op de loer.
Daarnaast zouden ook ouders beter geïnformeerd moeten worden en is praktische voorlichting nodig over gezonde voeding in het algemeen en het gehalte aan suikers in frisdranken in het bijzonder.
Verder dient de eigen effectiviteit om gezond te leven bij jongeren te worden versterkt. Hiervoor zijn voldoende preventiewerkers voorhanden.

Investeren in preventie leidt tot besparing van zorgkosten in de toekomst!

donderdag 26 april 2012

Jongeren en alcohol: geen goede combinatie


Op woensdag 25 april meldde de Stichting Alcohol Preventie (STAP) dat in 2011 762 jongeren met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis werden opgenomen. In 2010 bedroeg dat aantal nog 684. De gemiddelde leeftijd van deze kinderen daalde met 0,3 tot 15,3 jaar met als triest record een jongetje van 10 jaar.
Omdat het verboden is om alcohol te verkopen aan personen jonger dan 16 jaar rijst de vraag hoe deze jongeren aan drank komen. Wat zijn de risicofactoren voor alcoholmisbruik? Hoe is alcoholmisbruik door jongeren te voorkomen? Hoe snel raakt een jongere in een alcoholcoma?

Wat is een alcoholvergiftiging
Wanneer er sprake is van ‘verminderd bewustzijn’ na het gebruik van alcohol wordt er gesproken van een alcoholvergiftiging. De jongere is niet meer aanspreekbaar. Een alcoholcoma duurde bij deze kinderen doorgaans drie uur, maar dit is gestegen van 3,06 in 2009, en 2010 naar 3,27 uur in 2011. Ook het gevonden alcoholpromillage is toegenomen van 1,81 tot 1,83. Een  alcoholpromillage van 1,8 promille komt overeen met 6 glazen binnen twee uur voor een meisje van 15 jaar en 8 glazen binnen twee uur voor een jongen van dezelfde leeftijd.

Kenmerken jongeren die opgenomen zijn met alcoholcoma
De gemiddelde leeftijd van de opgenomen jongeren is 15,3 jaar. Bij 57% van de opnames gaat het om jongens en 43% van de gevallen betreft het meisjes. Hun opleidingsniveau komt overeen met de gemiddelde Nederlandse jongeren in het algemeen. Zeven van de tien kinderen komt uit een gezinssituatie met twee ouders. De jongeren zijn voornamelijk afkomstig uit een gezin met een Nederlandse achtergrond. De meeste meldingen zijn afkomstig uit Noord-Holland (32,5%), gevolgd door Zuid-Holland (17,7%) en Noord-Brabant (17,1%).
Er is echter niet bekend waar deze kinderen de alcohol vandaan hadden.

Leeftijdsgrenzen onvoldoende nageleefd
Om na te gaan hoe het met het handhaven van de leeftijdsgrenzen voor de alcoholverkoop is gesteld is onderzoek verricht met hulp van mystery shoppers jonger dan 16 jaar. Hieruit bleek dat supermarkten en slijterijen zich het vaakst aan de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol houden. Thuisbezorgservices houden zich nooit en sportkantines slechts in 1 op de 25 gevallen aan de leeftijdsregels. Vier van de vijf sportkantines schenken zwak alcoholische dranken, zoals bier.
In deze onderzoeken zijn de drinkketen en jeugdhonken niet opgenomen.

Risicofactoren voor alcoholgebruik
Iemand die op jonge leeftijd al een alcoholische drank heeft geproefd zal eerder geneigd zijn om overmatig te drinken. Autochtonen, jongens en lager opgeleiden  drinken vaker dan allochtonen, meisjes en hoger opgeleiden. Jongeren met psychische en gedragsproblemen grijpen sneller naar alcohol dan gezonde jongeren. Daarnaast speelt erfelijke aanleg een rol.
Kinderen uit een stabiel gezin en kinderen waarvan de moeder geen alcohol gebruikte tijdens de zwangerschap komen minder snel in de verleiding om te drinken. Verder heeft de vriendengroep, beschikbaarheid en het uitgaansgedrag invloed op het alcoholgebruik. Jongeren die uitgaan begeven zich vaker in een setting waar meer verleidingen zijn om excessief te drinken. Meer informatie vind je in hoofdstuk 2.4 van het rapport “Preventie van schadelijk alcoholgebruik en drugsgebruik onder jongeren”.

Schadelijke effecten van alcohol
Alcohol is schadelijk voor de ontwikkeling van de hersenen, lever, hart en bloedvaten en het kan kanker veroorzaken aan de lever, alvleesklier en het spijsverteringskanaal. Vrouwen kunnen minder goed alcohol verdragen dan mannen, omdat ze minder lichaamsvocht hebben dan mannen. Jongeren hebben een lagere alcoholtolerantie dan ouderen. Voor jongeren is het aan te raden om voor hun 24e jaar geen alcohol te gebruiken, omdat alcoholgebruik kan leiden tot blijvende hersenbeschadigingen. Jonge meisjes lopen dus het meeste risico, terwijl volwassen mannen de grootste alcoholtolerantie hebben.
In dit filmpje is te zien wat alcohol op korte termijn doet. Alcohol is een sociaal geaccepteerde drug waar vooral jongeren voorzichtig mee om moeten gaan.

Preventie: taak van de overheid
De overheid dient het toezicht te verbeteren op de naleving van de leeftijdsgrenzen, vooral bij de verkoop van alcohol in drankketen en jeugdhonken, omdat hier voor de bardiensten doorgaans geen opleiding is vereist. Maar de overheid kan dat niet alleen. Ouders en scholen zijn hierin nog belangrijker omdat zij dichtbij de jongeren staan.

Preventie door ouders en scholen
Ouders dienen hun kind geen alcohol aan te bieden tot ze 18 jaar zijn, maar liever nog tot hun 24e jaar. Ze moeten hun kind helpen om zelfvertrouwen te ontwikkelen om negatieve groepsdruk te weerstaan.
Voorlichting over de werking van alcohol dient te worden gegeven voordat de jongere ermee in aanraking komt, maar er dient voor gewaakt te worden dat de informatie leidt tot nieuwsgierigheid en experimenteergedrag. Hiervoor zijn effectieve methoden ontwikkeld voor gezinnen en scholen en waarbij scholen en ouders samenwerken. Zie hiervoor ook hoofdstuk 3 van het rapport “Preventie van schadelijk alcoholgebruik en drugsgebruik onder jongeren”.
Laten we zuinig zijn op de jongeren: Je gunt ze toch een gezonde toekomst?

woensdag 11 april 2012

Marktwerking: sleutel tot goede gezondheidszorg?


Op 10 april meldde De Volkskrant dat kinderen met overgewicht op latere leeftijd meer kans hebben om dementie te ontwikkelen. De zorg lijkt onbetaalbaar te worden en als de zorg in handen van de markt komt gaan we de Verenigde Staten achterna. Consumenten betalen meer voor de basisverzekering en het eigen risico is met € 50 verhoogd tot €220. Dat geeft reden tot zorg. Maar zorgverzekeraars kunnen wel 58 miljoen uittrekken voor reclame en dat biedt kansen. Er is geld beschikbaar voor preventie en er zijn vast nog wel een paar spaarvarkentjes te vinden…

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst
In Nederland kampt 14% van de kinderen met overgewicht en het aantal jonge diabeten met diabetes neemt toe. Overgewicht op jonge leeftijd geeft een grotere risico op dementie op latere leeftijd. In mei 2009 maakte het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bekend dat in 2025 het aantal diabeten zal zijn toegenomen tot 1,4 miljoen, van wie 85% overgewicht of obesitas heeft. Diabetes is een sluipmoordenaar die met vele complicaties gepaard kan gaan. De kans dat een diabeet met overgewicht op latere leeftijd getroffen wordt door dementie is relatief groot. Al met al is dat geen rooskleurige toekomst voor deze kinderen. Waar gaat het mis en wat is er aan te doen?

Groeien en overgewicht
Gewichtstoename is altijd het gevolg van een verstoorde balans tussen inname en gebruik. Als er meer wordt gegeten dan er wordt verbrand neemt het gewicht toe. Een kind met overgewicht kan hier direct en op latere leeftijd veel hinder van ondervinden. 
Overgewicht bij kinderen ontstaat door een leefstijl waarin veel gegeten wordt en/of weinig wordt bewogen. Kinderen worden tegenwoordig blootgesteld aan allerlei voedselverleidingen, zoals snoepautomaten op school, stations, etc. Daarnaast wordt er steeds minder bewogen. Kinderen komen minder vaak dan vroeger fietsend of lopend naar school maar met het openbaar vervoer, of ze worden met de auto naar school gebracht. Verder is er door de verschillende kabinetten bezuinigd op sportonderwijs.

Meer bewegen en minder eten
Het lijkt dus eenvoudig om het probleem aan te pakken, maar gedragsverandering is moeilijk om te realiseren. Het is belangrijk dat de omgeving meewerkt tot het gewenste gedrag. Minister Schippers zet voor het omgaan met (voedsel)verleidingen in op het vergroten van de weerbaarheid van kinderen. Voor het bewegen is 70 miljoen euro uitgetrokken voor het aanstellen van buurtcoaches om kinderen in een veilige omgeving te laten sporten. Maar er wordt voor het gemak vergeten dat het vooral de kinderen uit gezinnen zijn met minder financiële draagkracht die niet sporten en vaker te zwaar zijn. Als er in deze gezinnen geld uitgegeven wordt zal er eerder voor iets anders gekozen worden dan sportschoenen. Dus is het voor de overheid raadzaam om in te zetten op preventie, en daar is vast wel wat geld voor te vinden.

Er is voldoende geld beschikbaar
Veel van de preventiemaatregelen worden niet genomen onder het mom dat er bezuinigd moet worden. Zo blijkt dat de zorgverzekeraars in het afgelopen seizoen gezamenlijk 58 miljoen euro aan reclame hebben uitgegeven, terwijl het basispakket verder is uitgekleed en het eigen risico is verhoogd. Verder zijn er in de loop van de jaren verschillende projecten geweest die de overheid veel meer geld hebben gekost dan eerder was begroot. Hierbij valt te denken aan de  overname van de banken en het uitkeren van bonussen aan bankdirecteuren en anderen dat ook na 2008 voortgezet werd. Het zou de overheid sieren om hier het geld terug te halen met een even strenge aanpak als er bij uitkeringsfraude en belastingboetes wordt gehanteerd. Daarnaast moet de zorg niet verkwanseld worden aan de markt. Keuzes in de zorg: het lijkt nieuw, maar is het niet.

Marktwerking leidt tot verkoop van zorg aan patiënt
Soms word je verrast door dat de actualiteit niet wijzigt. In 1991 schreef de commissie Dunning een rapport met de titel “Kiezen en delen” over keuzen in de zorg. Deze commissie stelde dat de zorg zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk moet worden verdeeld. Ook gaf zij aan dat de overheid verantwoordelijk is voor de toegankelijkheid van de basisvoorzieningen in de zorg voor alle burgers. Nu valt er over te discussiëren wat basisvoorzieningen zijn, maar als de zorg wordt overgelaten aan de markt wordt de zorg verder uitgekleed. Dit kan tot uitwassen leiden als vergoedingen voor therapieën waarvan de werkzaamheid niet bewezen is en verkoop van allerlei behandelingen die niet aansluiten bij de hulpvraag
Wat kan de consument doen om zijn gezondheid zoveel mogelijk te beschermen?

Een paar tips voor bewegen en eten
Voor wie terug wil naar de eenvoud van sportbeoefening in de buitenlucht is dit filmpje een aanrader. En voor en na de inspanning is een lekker eenvoudig doch voedzaam maal niet te versmaden. 

donderdag 29 maart 2012

Voedingsmiddelen en supplementen zijn complexer dan medicijnen


Op 21 april 2012 wordt er in het Europees Parlement een wetsvoorstel besproken om de consument te beschermen tegen misleidende claims op voedingsmiddelen en voedingssupplementen. Maar voor de beoordeling van deze claims worden regels gehanteerd die zo streng zijn dat ook zinvolle informatie op de etiketten van voedingsmiddelen verdwijnt. Zo worden beweringen als “Calcium is goed voor de botten” op een pak melk niet meer toegestaan, omdat deze claim suggereert dat melk voor iedereen nodig is voor een gezond skelet. Tijd voor een revisie van de regels? Wat ging er vooraf voordat dit wetsvoorstel tot stand kwam?

Verschil voedingskundige en gezondheidsclaims
In 2006 is door de Europese Unie een wet tot harmonisatie van de claims op voedingsmiddelen aangenomen, omdat ieder land zijn eigen interpretatie had van gezondheids- en voedingsclaims. Een gezondheidsclaim duidt op een voordeel voor de gezondheid, zoals “goed voor hart en bloedvaten” of “verhoogt de weerstand”. Een voedingskundige claim heeft betrekking op een enkele voedingsstof in het product of het totale product zelf, zoals “bevat veel vezel” of “laag vetgehalte”. Voordat voedingsmiddelen een claim mogen voeren, dienen ze een wetenschappelijke onderbouwing hiervan te kunnen overleggen. En daar zitten voor de gezondheidsclaims nogal wat haken en ogen aan…

Voedingsclaims: ingewikkeld om te beoordelen
Voor een gezondheidsclaim moeten onderzoeksrapporten worden overlegd waarin een robuust bewijs wordt geleverd voor de invloed van een voedingsmiddel of een specifieke voedingsstof op een gezondheidsparameter, bijvoorbeeld de bloeddruk. Voor voedingsmiddelen en voedingsstoffen is dat moeilijk, omdat voedingsmiddelen uit meerdere voedingsstoffen bestaan en voedingsstoffen dus nooit geïsoleerd gebruikt worden. De effecten van voedingsmiddelen en voedingsstoffen worden vrijwel nooit aangetoond als een oorzaak-gevolg-relatie, maar vaak in epidemiologische studies gevonden als een samenhang tussen twee factoren. En dus zijn de aangetoonde voedingsinvloeden op gezondheid klein. En dat vindt de Europese Voedsel en Waren Autoriteit (EFSA) onvoldoende.

Veel claims, weinig goedgekeurd
Oorspronkelijk zijn ruim 4600 gezondheidsclaims ingediend, maar door het samenvoegen van gelijkwaardige claims bleven er uiteindelijk ruim 2700 over.  Hiervan zijn er uiteindelijk 222 (8,2%) goedgekeurd. De regels die gehanteerd worden voor het beoordelen van de gezondheidsclaims zijn namelijk gebaseerd op de beoordelingscriteria die voor medicijnen worden gebruikt. En dat leidt soms tot opmerkelijke conclusies.

Groente en fruit: wel of niet gezond?
Zo wees de EFSA de gezondheidsclaims af dat groente en fruit en het mediterrane dieet goed zijn voor hart en bloedvaten, gewichtsbeheersing en handhaving van een normale bloedglucosewaarde, omdat de groep “groente en fruit” veel producten omvat. Er is namelijk geen specifieke stof geïdentificeerd waaraan de gezondheidseffecten kunnen worden toegeschreven. De consument zou dit verhaal uit kunnen leggen als “Groente en fruit hebben geen invloed op de gezondheid van hart en bloedvaten, gewichtsbeheersing en de handhaving van een normale bloedglucosewaarde”.

Werkwijze van EFSA leidt tot kritiek
Een gezonde voeding wordt omschreven als een “voeding die voldoende bevat van alle voedingsstoffen in een juiste onderlinge verhouding”. Daarnaast zijn onder andere erfelijke factoren van belang bij de samenstelling van “een gezonde voeding op het individuele niveau”.
Zo kan ruim 70% van de wereldbevolking geen melk verdragen, omdat ze de lactose (melksuiker) niet kan afbreken. Het voert echter te ver om melk niet meer als een onderdeel van een gezonde voeding te zien.
Deze bevindingen leidden tot kritiek op de werkwijze van EFSA. Ben van Ommen, voedingsonderzoeker bij TNO, vindt dat de beoordeling van gezondheidseffecten van voeding niet gelijk gesteld kan worden aan die van medicijnen.

Claimsverordening schiet doel voorbij
Voeding moet als een geheel worden gezien en daarbij moet rekening worden gehouden met individuele verschillen. Tijdens een congres van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW) dat op 26 maart plaatsvond, deelde Yvonne Huigen (Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit) mee dat de NVWA overweegt om niet actief te controleren op de naleving van de generieke gezondheidsclaims.
De uitvoering van de Claimsverordening leidt er nu toe dat de consument niet meer wordt geïnformeerd over het gezondheidsvoordeel van bepaalde voedingsmiddelen. Onduidelijkheid is dus troef.

Tegenactie
De stichting Supplement maakt zich hier zorgen over en wil dat de beoordeling van de gezondheidsclaims voor voeding aangepast wordt.
Daarom is deze instantie een petitie gestart om aan de gevolgen van deze wet goed te heroverwegen en te vragen om een beoordeling van gezondheidseffecten die past bij voeding. Als u het hier mee eens bent kunt u hier de petitie mee ondertekenen.